Mondmotoriek tips en spelletjes

Mondmotoriek voor een betere spraak

Door een betere mondmotoriek verbetert de lipsluiting en daarmee ook de spraak. Wil je je kind graag helpen bij het beter ontwikkelen van de spraak? Dan kun je gebruik maken van de onderstaande mond- en lipoefeningen:

  • Probeer je lippen 10 seconden stevig op elkaar te houden
  • ‘Tandloos’: vouw de lippen om je tanden alsof je geen tanden in je mond hebt
  • Geef echte kusjes. Geef ook eens kusjes in de lucht (klapzoen)
  • ‘Poezensnor’: houd een potlood of pen tussen de bovenlip en de neus
  • Probeer met je tong rozijntjes van de tafel te pakken. Let op; je mag geen handen gebruiken en de tafel mag niet nat worden!
  • ‘Sirene’: doe eens een sirene na: taa-tuu-taa, ie-oe-ie-oe
  • ‘Varkenssnoet’: maak een klein rondje met je lippen en houdt dit 10 seconden lang vol
  • ‘Boze hond’: doe eens een boze hond na door je tanden te laten zien. Probeer je kiezen op elkaar te houden
  • Probeer een theelepel met een dropje of rozijntje erop, tussen je lippen te houden. Gebruik je tanden niet en probeer dit 10 seconden vast te houden
  • Ga eens lekker bellen blazen of probeer andere blaasspelletjes
  • ‘Paardbries’: blaas tegen je lippen, zodat ze gaan trillen
  • Wrijf de lippen over elkaar. Om dit echter te maken kun je lippenstift op doen, zodat de lippen echt over elkaar gewreven moeten worden.
  • Indien je lippenstift gebruikt; maak kusjes op papier
  • Vouw je onderlip over de bovenlip. Probeer het daarna andersom; de bovenlip over de onderlip.
  • Eet eens een spaghettisliert of dropveter op. Let op; gebruik je handen niet!
  • Neurie een liedje
  • Maak de volgende klanken, met of zonder geluid: aa-oe, uu-aa, ie-aa, oo-ee.
  • Het leukste bewaren we voor het laatste; trek eens wat ‘gekke bekken’.

 

Nog een paar tips die je kind en jou helpen bij de oefeningen:

  • Probeer op vaste dagen en tijdstippen te oefenen
  • Je kind kan beter iedere dag 5 minuten oefenen, dan één keer in de week een uur lang
  • Geef duidelijk aan waarom je kind iets moet aan- of afleren
  • Het is voor je kind het fijnst om dit samen met jou te oefenen, zonder dat er iemand bij is
  • Start niet met oefenen in een drukke periode voor je kind, dit kan stress veroorzaken
  • Varieer met de oefeningen; probeer niet steeds hetzelfde te doen
  • Motiveer je kind door ook zelf de oefeningen uit te voeren.
  • Je kunt het beste samen oefenen voor een spiegel, zodat je kind ziet wat hij/zij doet.
  • Probeer niet te mopperen als het niet lukt, maar geef juist complimentjes als het wel lukt.

 

 

Onthoud; alle beetjes helpen. Oefeningen hoeven niet saai te zijn. Probeer lekker te lachen samen, zodat je kind er ook plezier aan beleefd.

 

Heel veel succes!

Wij maken gebruik van cookies

Als je onze website gebruikt, ga je ermee akkoord dat we cookies plaatsen. Meer informatie vindt je in ons privacy statement.