Kindermishandeling …… dichterbij dan je denkt

Dit is het thema van de week tegen de kindermishandeling van 2021. Dichterbij dan je denkt? Ja, want 1 op de 19 kinderen heeft er helaas mee te maken. Dus in iedere groep kinderen zit er gemiddeld wel iemand. Dus of je nu werkt in het onderwijs of in de kinderopvang….. Je hebt er helaas mee te maken. Maar waar moet je nu op letten? We weten allemaal wel dat je je onderbuikgevoel moet gebruiken en daarnaast letten op blauwe plekken, plotselinge veranderingen in gedrag, reacties op anderen.

Deze tips geven een aantal kinderen en ondertussen volwassenen zelf:

·        Ik bleef altijd langer plakken op school in de hoop dat iemand zou vragen, waarom ik nog niet naar huis ging en mij zou vragen hoe het met mij gaat. (Er was  immers altijd ruzie, geschreeuw)

·        Ik was altijd mijn fruit vergeten, de tas stond nog bij de deur (alleen was er helemaal niks in huis)

·        Ik zat altijd onder de blauwe plekken en vertelde dat ik uit de boom was gevallen en ze konden echt wel weten dat ik dat verschrikkelijk vond. Ik was helemaal geen buitenkind.

·        Ik had verteld dat mijn moeder aan de drank was, maar ze dachten dat het wel meeviel en dan stap je niet zo snel weer over de drempel heen. Als iemand iets zegt, is dat al een hele stap en neem in ieder geval de moeite om het gesprek aan te gaan en zeg dat je graag een luisterend oor wil bieden.

·        Ik schaamde mijzelf heel erg, omdat ik dacht dat ik zelf de schuldige was en daarom wilde ik ook geen vriendjes hebben. Als er was doorgevraagd, had ik het    wel bekend.

·        Mijn moeder zegde alle afspraken altijd op het laatste moment af. Ze was bang dat ze erachter zouden komen, dat ze mishandeld werd.

·        Ik had altijd dezelfde kleren aan en vertelde dat het mijn lievelingskleren waren, maar ja, andere kleren had ik helemaal niet.

·        Ik ging altijd bij mijn vriendin spelen en nooit bij mij thuis en naar huis gaan wilde ik absoluut niet. Ik zei dat ik ook wel mee mocht eten, dat het mijn              moeder niet zoveel uitmaakte. Als die moeder had gevraagd na een aantal keren, waarom ik nooit thuis wilde spelen, had ik het waarschijnlijk wel gezegd.

·        Als kleuter had ik erg veel blaasontstekingen. Daarnaast ook vaak bloedarmoede. En tja, de tranen zaten altijd ook erg hoog. Waarom? Ik werd misbruikt      door een familielid en ik mocht niks vertellen, anders kwamen ze mij ophalen en mocht ik niet meer thuis wonen.

·        Ik dacht altijd, dat ik het probleem was. Pas toen ik naar het Voortgezet Onderwijs ging, besefte ik dat het niet klopte wat er thuis gebeurde. Als zij vertelden hoe het thuis ging, vond ik dat eerst vreemd. Eerst zien en dan pas geloven. Het klopte dus echt, want ik zag bij hun thuis dat het echt anders ging.

·        Je hebt altijd het gevoel dat je niet gezien wordt, dat er niemand van je houdt en dat je er niet mag zijn. Dat werd mij altijd verteld en ik geloofde dat. Als er    dan een volwassene of een vriend wel aandacht voor je heeft en vertelt dat je er mag zijn, dan is dat een behoorlijke steun en opening.

 

Wat in alle verhalen naar voren komt, is dat ze graag gezien en erkend willen worden. “Stel gewoon de vraag hoe het gaat met mij!” Zo maak je de drempel al een stuk lager. Signaleer verder of de verhalen kloppen bij de blauwe plekken, angstige rectie etc. Een kind dat nog niet kruipt en van een trapje is gevallen is wel erg vreemd. Altijd zomerkleren dragen, ook al is het winter is ook zo’n voorbeeld. En de niet opdagende of altijd afzeggende ouder ook.

 

Wil je graag meer weten? Geef je dan op voor een training m.b.t. de Verbeterde Meldcode. Deze kan zowel online als op locatie bij ons of intern gevolgd worden.

Wij maken gebruik van cookies

Als je onze website gebruikt, ga je ermee akkoord dat we cookies plaatsen. Meer informatie vindt je in ons privacy statement.